Tekst bij foto's.

werkmethode


Opbouw van een Warré kast met een habitat voor de roofmijt

Stratiolealaps scimitus ter bestrijding van de Varroa mijt.

Auteur: Geert Steelant

Opstart.

Maak een onderbak in een goede houtsoort, ik gebruik Douglas. De bak is 21 cm hoog, dit kan ook hoger.

Behandel binnen-en buitenkant met lijnzaadolie.

Fase 1.

Gebruik bio-compost om de onderbak te vullen. Zorg voor goed verteerde compost. Niet hard aandrukken.

Fase 2.

Meng 5000 roofmijten in de compost.

Varroa destructor

Stratiolealaps scimitus

Fase 3.

De vliegplank

Daar het luik achteraan open kan ben je in de mogelijkheid om nog controles uit te voeren i.v.m. de mijtenval.

Het enige vlieggat in de vliegplank is

22 mm.

De aanvliegplank heeft een helling van 30° want bijen komen altijd aangevlogen op 30°. Zo verliezen ze geen energie bij het landen.

Fase 4.

Het hoogsel.

Alle onderdelen zijn gemaakt in Douglas planken van 3cm dik. De binnenmaat van een hoogsel is 30x30x21 cm.

Het hoogsel, dak en isolatiegedeelte worden aan de buitenkant behandeld met lijnzaadolie. De bovenkant van het dak schilderen met een bij-vriendelijke verf.

Ieder hoogsel is voorzien van een kijkraam, zo kan je de bijen goed bezig zien.

Het hoogsel komt bovenop de vliegplank.

Steek een wijnkurk in de vliegopening van het hoogsel, de bijen komen binnen via de opening van de vliegplank.

Fase 5.

Het isolatiegedeelte.

Dit deel is voor de Warré kast onmisbaar. Door het muggengaas te propoliseren kunnen de bijen de omstandigheden in de kast perfect regelen.

Bio-houtwolmatten zijn ook zeer interessant als isolatie.

Plaats het isolatiegedeelte op het hoogsel. Het isolatiegedeelte bevindt zich altijd onder het dak. In de zomer is het niet nodig extra isolatie toe te voegen.

Voor je het isolatiegedeelte plaatst kan je je kast bevolken.

In het isolatiegedeelte is een gleuf voorzien waarin je een plexiglas kan schuiven. Plaats het plexiglas voor je het dak afneemt. Je verliest zo geen warmte en je kan de kast eens van bovenin bekijken.

Fase 6.

Het dak.

Het dak is voor-en achteraan voorzien van een ronde verluchtingsopening van 35mm, deze is afgeschermd met muggengaas om ongewenste bezoekers buiten te houden.

Nu is de kast compleet.

Fase 7.

Een hoogsel ondervoegen.

Bij de klassieke Warré methode voegt men een hoogsel van onderaan toe, zo verlies je geen warmte.

Het hoogsel wordt bijgevoegd als de bijen het achtste toplatje beginnen uit te bouwen.

De wijnkurk komt dan in het tweede hoogsel te zitten, het vlieggat in de vliegplank blijft ook open. Bijen die met nectar binnenkomen zullen rap de opening nemen in het eerste hoogsel, zo zijn ze rapper bij de honingzolder. Zij moeten niet door het broednest.

Als het onderste hoogsel bijna toe gebouwd is voegt men vanaf onderaan terug een hoogsel toe. De wijnkurk steekt men dan in het bovenste hoogsel.

Opbouw van een Warré kast met een habitat voor de roofmijt

Stratiolealaps scimitus ter bestrijding van de Varroa mijt.

Auteur: Geert Steelant

Opstart.

Maak een onderbak in een goede houtsoort, ik gebruik Douglas. De bak is 21 cm hoog, dit kan ook hoger.

Behandel binnen-en buitenkant met lijnzaadolie.

Fase 1.

Gebruik bio-compost om de onderbak te vullen. Zorg voor goed verteerde compost. Niet hard aandrukken.

Fase 2.

Meng 5000 roofmijten in de compost.

Varroa destructor

Stratiolealaps scimitus

Fase 3.

De vliegplank

Daar het luik achteraan open kan ben je in de mogelijkheid om nog controles uit te voeren i.v.m. de mijtenval.

Het enige vlieggat in de vliegplank is

22 mm.

De aanvliegplank heeft een helling van 30° want bijen komen altijd aangevlogen op 30°. Zo verliezen ze geen energie bij het landen.

Fase 4.

Het hoogsel.

Alle onderdelen zijn gemaakt in Douglas planken van 3cm dik. De binnenmaat van een hoogsel is 30x30x21 cm.

Het hoogsel, dak en isolatiegedeelte worden aan de buitenkant behandeld met lijnzaadolie. De bovenkant van het dak schilderen met een bij-vriendelijke verf.

Ieder hoogsel is voorzien van een kijkraam, zo kan je de bijen goed bezig zien.

Het hoogsel komt bovenop de vliegplank.

Steek een wijnkurk in de vliegopening van het hoogsel, de bijen komen binnen via de opening van de vliegplank.

Fase 5.

Het isolatiegedeelte.

Dit deel is voor de Warré kast onmisbaar. Door het muggengaas te propoliseren kunnen de bijen de omstandigheden in de kast perfect regelen.

Bio-houtwolmatten zijn ook zeer interessant als isolatie.

Plaats het isolatiegedeelte op het hoogsel. Het isolatiegedeelte bevindt zich altijd onder het dak. In de zomer is het niet nodig extra isolatie toe te voegen.

Voor je het isolatiegedeelte plaatst kan je je kast bevolken.

In het isolatiegedeelte is een gleuf voorzien waarin je een plexiglas kan schuiven. Plaats het plexiglas voor je het dak afneemt. Je verliest zo geen warmte en je kan de kast eens van bovenin bekijken.

Fase 6.

Het dak.

Het dak is voor-en achteraan voorzien van een ronde verluchtingsopening van 35mm, deze is afgeschermd met muggengaas om ongewenste bezoekers buiten te houden.

Nu is de kast compleet.

Fase 7.

Een hoogsel ondervoegen.

Bij de klassieke Warré methode voegt men een hoogsel van onderaan toe, zo verlies je geen warmte.

Het hoogsel wordt bijgevoegd als de bijen het achtste toplatje beginnen uit te bouwen.

De wijnkurk komt dan in het tweede hoogsel te zitten, het vlieggat in de vliegplank blijft ook open. Bijen die met nectar binnenkomen zullen rap de opening nemen in het eerste hoogsel, zo zijn ze rapper bij de honingzolder. Zij moeten niet door het broednest.

Als het onderste hoogsel bijna toe gebouwd is voegt men vanaf onderaan terug een hoogsel toe. De wijnkurk steekt men dan in het bovenste hoogsel.

Opbouw van een Warré kast met een habitat voor de roofmijt

Stratiolealaps scimitus ter bestrijding van de Varroa mijt.

Auteur: Geert Steelant

Opstart.

Maak een onderbak in een goede houtsoort, ik gebruik Douglas. De bak is 21 cm hoog, dit kan ook hoger.

Behandel binnen-en buitenkant met lijnzaadolie.

Fase 1.

Gebruik bio-compost om de onderbak te vullen. Zorg voor goed verteerde compost. Niet hard aandrukken.

Fase 2.

Meng 5000 roofmijten in de compost.

Varroa destructor

Stratiolealaps scimitus

Fase 3.

De vliegplank

Daar het luik achteraan open kan ben je in de mogelijkheid om nog controles uit te voeren i.v.m. de mijtenval.

Het enige vlieggat in de vliegplank is

22 mm.

De aanvliegplank heeft een helling van 30° want bijen komen altijd aangevlogen op 30°. Zo verliezen ze geen energie bij het landen.

Fase 4.

Het hoogsel.

Alle onderdelen zijn gemaakt in Douglas planken van 3cm dik. De binnenmaat van een hoogsel is 30x30x21 cm.

Het hoogsel, dak en isolatiegedeelte worden aan de buitenkant behandeld met lijnzaadolie. De bovenkant van het dak schilderen met een bij-vriendelijke verf.

Ieder hoogsel is voorzien van een kijkraam, zo kan je de bijen goed bezig zien.

Het hoogsel komt bovenop de vliegplank.

Steek een wijnkurk in de vliegopening van het hoogsel, de bijen komen binnen via de opening van de vliegplank.

Fase 5.

Het isolatiegedeelte.

Dit deel is voor de Warré kast onmisbaar. Door het muggengaas te propoliseren kunnen de bijen de omstandigheden in de kast perfect regelen.

Bio-houtwolmatten zijn ook zeer interessant als isolatie.

Plaats het isolatiegedeelte op het hoogsel. Het isolatiegedeelte bevindt zich altijd onder het dak. In de zomer is het niet nodig extra isolatie toe te voegen.

Voor je het isolatiegedeelte plaatst kan je je kast bevolken.

In het isolatiegedeelte is een gleuf voorzien waarin je een plexiglas kan schuiven. Plaats het plexiglas voor je het dak afneemt. Je verliest zo geen warmte en je kan de kast eens van bovenin bekijken.

Fase 6.

Het dak.

Het dak is voor-en achteraan voorzien van een ronde verluchtingsopening van 35mm, deze is afgeschermd met muggengaas om ongewenste bezoekers buiten te houden.

Nu is de kast compleet.

Fase 7.

Een hoogsel ondervoegen.

Bij de klassieke Warré methode voegt men een hoogsel van onderaan toe, zo verlies je geen warmte.

Het hoogsel wordt bijgevoegd als de bijen het achtste toplatje beginnen uit te bouwen.

De wijnkurk komt dan in het tweede hoogsel te zitten, het vlieggat in de vliegplank blijft ook open. Bijen die met nectar binnenkomen zullen rap de opening nemen in het eerste hoogsel, zo zijn ze rapper bij de honingzolder. Zij moeten niet door het broednest.

Als het onderste hoogsel bijna toe gebouwd is voegt men vanaf onderaan terug een hoogsel toe. De wijnkurk steekt men dan in het bovenste hoogsel.